woensdag 3 december 2008

De Zusters van de Grote Berg

Auteur: Jopie Breetveld

“Geen juristen, noch artsen, noch strijders, noch priesters, maar de Zusters van de Grote Berg zullen de ernstige plicht op zich nemen van het leggen van de ene hand op het pijnlijke hart en met de andere hand op het onbeperkte heil wijzen.” ( uit HART, Agni Yoga)

Over de betekenis van de berg als plek van inwijding:

Sinds de oudste tijden staat de berg symbool voor bewustzijnsontwikkeling en plek van inwijding; het reiken naar het Hogere. In de bergen waren grotten en doolhoven die voor deze doeleinden werden gebruikt en daarin werden heilige – en inwijdings-ceremoniën gehouden. Hiervan zijn bv. de grotten van Lasceaux een goed voorbeeld. Er waren labyrinten in de berg waarin alleen de ingewijde de weg wist om uiteindelijk in het binnenste een speciale zegen, boodschap of hogere inwijding te ontvangen. Hiervan zie je o.a. overblijfselen op Kreta, maar labyrinten werden ook in Egypte en in andere culturen gebruikt, zowel natuurlijke als nagebouwde.
In vele oude culturen werden ook bergen, als inwijdingsplaats en als symbool van het opklimmen in bewustzijn, nagebootst in de vorm van piramideachtige bouwwerken. In Egypte hebben we de piramiden met, oorspronkelijk, de gouden topsteen, (symbool voor het Goddelijke Licht en met als doel dat Licht aan te trekken) en daarin de inwijdingskamers. In het oude Sumerië bouwde men Ziggurats, een soort van trappenpiramides, alsook in Midden-Amerika. Boven op die piramide had de godin of Hogepriesteres en later de mannelijke priester contact met de goden om zo de mensheid te verzekeren van werelds (een goede oogst) – en geestelijk welzijn. De tempelcomplexen met de Ziggurats waren ook het centrum van de gemeenschap met een geestelijke en voedende functie. De opbrengst van de oogst werd er bv. heen gebracht en er werd het brood voor iedereen van gebakken.
Het binnenste van de berg werd ook gezien als de kosmische baarmoeder met haar donkere, vochtige ruimten; de poort van leven en dood. Daar waar de geheimen van de Eenheid met de kosmos konden worden gevonden.

Seksualiteit stond symbool voor de vereniging met de natuur en het Goddelijke en was op die manier heilig; de vereniging van Moeder Natuur, de stof met Vader Geest. Men wist dat alles dualiteit was op kosmisch en aards niveau, dat seksualiteit een tijdelijke vereniging was en dat uit die vereniging het leven (schepping) voortkwam en Eenheid kon worden verkregen. Seksualiteit was daarom in de vroege oudheid, in de periode van het matriarchaat, een materiele beleving van een hoger principe.
De betekenis van de berg om inwijding te ontvangen en om te reiken naar het hogere komt later terug in de bouw van obelisken, totempalen, menhirs en de torens van de kerken en moskeeën,
enz.

Het vrouwelijke en het mannelijke gescheiden

In de tijden van het matriarchaat wordt het vrouwelijke geëerd als de voortbrenger van het leven. Alles komt tot wording via de moederschoot van de oermoeder, de kosmos. Men belijdt de maanreligie, wat betekent dat alles wordt gezien en beleefd binnen het ritme van de natuur. Het ritme van geboorte en dood, van de seizoenen, van de vrouwelijke menstruatiecyclus, enz.; het besef dat alles komt en gaat en dat leven in dat ritme ware onsterfelijkheid betekent, en zo het eeuwige leven.
De Farao wordt afgebeeld, zittend op de Isistroon. Hij kon alleen regeren als de zoon/ echtgenoot van de moeder. Dit betekende dat hij ingewijd moest zijn in de kennis van het kosmisch vrouwelijke èn het kosmisch mannelijke; het rechter – en het linkeroog van Horus. Anders was hij niet capabel te regeren. Hij zit dus als de mannelijke ingewijde op de schoot van de Moedergodin, de Isistroon en bij de gratie daarvan regeert hij. Soortgelijke ideeën vindt men ook in het vroege Sumerië in de cultus van de godin Inanna.

Met de komst van het bronzen tijdperk en de ontwikkeling van de mannelijke agressieve kracht, ontstaat ook de Zonnereligie, soms gekenmerkt door een mannelijke, jaloerse godheid. Dan wordt de godin, symbool van het vrouwelijke en de natuur, vernietigd en daarmee vervalt het respect voor het leven. De eredienst aan de godin wordt heidense afgoderij en uiteindelijk is er in vele culturen nog maar één god of hoofdgod, een mannelijke. Het begin van de afscheiding begint dan. De heilige cultus van de seksuele vereniging tussen aarde en kosmos, man en vrouw, mondt vaak uit in rituele orgieën, waarbij soms zelfs de vrouwelijke partner wordt verkracht en vermoord ( de vrouw als verpersoonlijking van het kwaad dat vernie-tigd moet worden), wat een symbool is van de overheersing van het vrouwelijke in de mens en in de schepping; een afgescheidenheid van de natuur; van de vader/moeder God.
Door de mogelijkheden van het brons zijn mannen in staat om oorlog te voeren op grote schaal, verovering en veroverd worden een algememe levensvisie en de eerbied voor de moeder vervalt, de verbinding met het vrouwelijke principe wordt vergeten de mannelijke agressiviteit overheerst. Ik denk dat dit ook het begin is van de scheiding tussen wereldlijke en geestelijke macht of dat de geestelijke macht ten dienste komt te staan van de wereldlijke macht teneinde de vele veroveringen en oorlogen te rechtvaardigen. Het begin van een afgescheidenheid die sindsdien alleen maar verder groeit, die tot uitdrukking komt in de onderdrukking van de vrouw die vanaf die tijd meer en meer gezien wordt als bezit en het middel voor de veiligstelling van het nageslacht.

Seksualiteit wordt een middel om te onderwerpen en te overheersen. De Goddelijke vereniging van de twee aspecten van de schepping wordt vergeten. Hier ontstaat volgens W. Reich (Leerling uit de school van Freud) het oertrauma van de mens; de pathalogische afgescheidenheid van de ware Goddelijke aard van Eenheid die zich uitvergroot en manifesteert in een wereld waar altijd oorlog is.
De vrouw is sinds die tijd gereduceerd tot een schepsel dat alleen dient om kinderen te baren en om mooi te zijn voor de grotere glorie van de man. Haar wordt de kennis en het recht afgenomen om meester te zijn over (de natuur van) haar lichaam. Haar natuurlijke wijsheid wordt haar ontzegd. In de tijd van de Inquisitie werden vrouwen die kennis hadden van kruiden en methoden om de geboorte te regelen, en om in het algemeen te genezen, verbrand als heks. Alle kennis werd voortaan beheerst en geregeerd door de mannelijke geestelijkheid. Dit gold niet alleen voor vrouwen die kennis hadden van de natuur maar ook voor mannelijke wetenschappers die de kennis van de natuur trachtten uit te breiden buiten de concepten van de kerk. In het verleden en nog steeds werden en worden vrouwen gebruikt door de politiek om de bevolking te vermeerderen of te verminderen.
Omdat door alle mannelijke religies (Christendom, Boeddhisme, Islam enz.) werd gesteld dat de man neigde naar het kwaad maar dat de verpersoonlijking van dat kwaad de vrouw was, werd seksualiteit iets wat alleen diende voor het verwekken van kinderen. Men stelde dat, net als bij dieren, seksualiteit diende om het nageslacht te krijgen. Het mocht geen persoonlijk plezier, middel tot eenheid of tot een gezond psychisch functioneren meer zijn. Zeker niet voor de vrouw, wel voor de man, hoewel de geestelijkheid zich meestal totaal onthield in de overtuiging dat met die bron van zonde er geen geestelijk heil mogelijk was.

Ilias en Odyssee; als illustratie

Aan de hand van het bekende heldenepos van Homerus schets ik de ontwikkeling die ooit is begonnen, tot nu toe. Je zou het een psychoanalytische interpretatie kunnen noemen die overigens geheel voor mijn rekening is. Waarmee ik wil zeggen dat er mij geen dergelijke studie bekend is, hoewel ik me niet kan voorstellen dat die er niet zou zijn. Een interpretatie wil ook zeggen dat het verhaal niet met de bedoeling is geschreven die ik er nu in leg. Dat was niet mogelijk gezien de levensfilosofie van de mens in die tijd, hoewel ik wel aanneem dat er, buiten het bewuste weten, een collectief boven – en onderbewuste is wat veel thema’s van sprookjes, mythen en legenden een bepaalde bedoeling en inhoud geeft.
De strijd om Troje speelde zich ongeveer 1000 -1200 jaar voor Homerus af. Hij leefde 800 jaar voor Chr. Dus toen waren de gebeurtenissen al oude geschiedenis.
Homerus heeft, volgens de historici, de verhalen niet zelf geschreven. Hij heeft ze verzameld uit volksverhalen, overlevering en de heldenverhalen in dichtvorm (hexameters) van rondtrekkende barden.

De levensopvatting van de Grieken, in die tijd, was dat alles zich buiten de mens afspeelde en dat de mens ondergeschikt was aan de willekeur van de goden, zijn lot en de natuur. Als een soort van marionet aan vele touwtjes.
Het thema van de strijd om Troje is oorlog, eer, wraak, en het spel van de goden. Helena, de echtgenote van de Griekse koning Menelaos, wordt geschaakt door prins Paris van Troye, terwijl hij bij de koning te gast is. Dit is een grove schending van het gastrecht en de Griekse koningen verzamelen zich in oorlog tegen Troje om Helena terug te halen en de verloren eer te herstellen.
De oorlog duurt 9 jaar en elke dag is er één van wapengekletter, doden en gedood worden, zonder dat de strijd een beslissende wending neemt. De goden spelen over het hoofd van de strijders hun eigen strijd uit om macht en eer. Dat het allemaal zo lang duurt komt o.a. doordat de onoverwinnelijke Achilles weigert te vechten, als wrok, vanwege een slavin, die hem is afgenomen door een andere Griekse koning. Maar ook omdat in het verhaal zo goed wordt aangetoond dat alle partijen even edel zijn en er is geen partijdigheid. Er is slechts het noodlot. Een geweldig staaltje van vroege psychologie.

De vrouwen hebben in het verhaal slechts de rol van bezit. Iets waardoor je je eer verliest en roemloos zult sterven of iets wat je kunt bezitten. De strijd kan de mannen hun leven kosten, maar ze worden onsterflijk door de eer, verkregen door het gevecht. Tegenover die eer is de natuur en het leven ondergeschikt.
Uiteindelijk winnen de Grieken door de list met het houten paard, bedacht door Odysseus. Troje wordt verwoest en de Grieken varen terug naar hun eigen stadstaten. Op zee lijdt Odysseus schipbreuk en is gedoemd om 20 jaar rond te zwerven. De overige koningen komen wel thuis, maar zijn gedemoraliseerd door de oorlog en vervreemd van zichzelf en hun land door de lange afwezigheid. Velen vragen zich af wat de zin was van die strijd.

Odysseus wil wel graag terug naar zijn vrouw, zoon en oude vader, maar het lukt hem niet. Talloze avonturen houden hem af van terugkeer. Hij vergeet soms dat hij onderweg is door bv. de verleidingen van de nimf Calypso. Hij vergeet het tijdens het verblijf bij een volk dat in illusie leeft door het gebruik van drugs; de Lotuseters. Een andere keer wordt hij bijna verpletterd door natuurgeweld. Ook verliest hij zijn mannen omdat ze de koeien slachten van Helios, de Zonnegod. Uiteindelijk verliest hij bijna zijn leven door een strijd op zee met de god Poseidon, die tegen hem is, en spoelt, ontdaan van alle bezit en gezelschap, naakt, aan op een strand. Vanaf dat moment van alles te hebben verloren, kan hij de terugkeer naar huis aanvangen.

Tijdens en door zijn lange afwezigheid hebben de vrijers bezit genomen van zijn huis en bezittingen. De vrijers willen de hand van Penelope, zijn vrouw, om zijn bezittingen te krijgen. Zij heeft ze al die tijd op een afstand weten te houden door een list. Odysseus doodt de vrijers en kan zijn rechtmatige plaats weer innemen.
Het is een prachtig heldenepos en er wordt in geschetst hoe het toeging in het bronzen tijdperk. De vrouw is niet meer van belang, behalve haar deugdzaamheid en trouw. Zodra dat in het geding komt trekken de mannen ten strijde om hun verloren eer te herstellen en wraak te nemen.

Je ziet ook het verlangen naar onsterflijkheid nog bestaan, maar dat wordt bereikt door heldendaden en daarmee de onsterfelijkheid van de naam. Het ware begrip van onsterflijkheid bestaat niet meer. Er is alleen eer, wraak en dood. Allemaal persoonlijkheidsaspecten die vijandig staan ten opzichte van mens en natuur. En wat heeft de strijd gebracht? De thuiskomst is voor velen niet wat ervan werd verwacht. De lange afwezigheid en herinnering aan zoveel dood en verderf heeft z’n tol geëist en geeft niet voldoening die werd verwacht maar pijn en vervreemding.
Odysseus maakt door zijn lange omzwervingen, naar mijn idee, een reis door zijn psyche, een freudiaanse reis. Hij moet elke verleiding en illusie van het lagere mannelijke denken leren weerstaan en transformeren; het gevecht met de goden en de natuur, maar vooral met zijn mannelijke persoonlijkheid daarin.
Als hij tenslotte alles is kwijt geraakt en naakt aanspoelt op het strand, (symbool voor verlies van de lagere persoonlijkheid), kan hij de terugreis aanvangen en zijn wereldlijke verantwoordelijkheden aangaan door zijn vrouw de eer te geven die haar toekomt en de chaos in zijn land te herstellen.

Conclusie met betrekking tot de stelling

In dit stuk over vrouwelijkheid en mannelijkheid heb ik naar bekende historische feiten gekeken, en naar de psychologische voor zover ik die kan bedenken.
Daarachter ligt de wereld van bedoeling en betekenis. Ik denk dat de bedoeling van de overgang van het vrouwelijke naar het mannelijke denken lag in de noodzaak van de ontwikkeling van het mentale; van het concrete denkvermogen en daarmee het mentale lichaam, als een noodzakelijke volgende stap in menselijke evolutie.
Tijdens het patriarchaat ontstond de behoefte de natuur te kennen door haar te beheersen, om de persoonlijkheid te ontwikkelen en te worden door individualisatie. Met dit proces heeft de mens zich helemaal geïdentificeerd, want dat is de weg der mensen. Door identificatie, door iets te worden, leren we het kennen. In een later stadium maken we er ons weer los van en dan kunnen we het beschouwen. Door het doorleven van zo’n fase kan een dieper en groter begrip ontstaan en een synthese van vrouwelijk en mannelijk denken en bewustzijn. Eerst was er een besef van Eenheid met de schepping. Voor velen was het echter ook een tijd van een overgeleverd zijn aan de natuur, omdat het denkvermogen van de massa niet genoeg ontwikkeld was. Ik denk dat het beleven van Eenheid het voorrecht was een spirituele elite. Nu, in deze eeuw is misschien het collectieve denkvermogen genoeg ontwikkeld om de volgende fase in te gaan, die van synthese en eenheid, gevoeld door alle mensen. Van een harmonieus samengaan van mannelijk en vrouwelijk op collectief niveau, in zowel man als vrouw, zodat beiden hun plaats in het grote geheel zullen begrijpen en innemen.

Bronnen
• The Great Cosmic Mother, rediscovering the religion of the earth, Monica Sjöö en Barbara Mor.
• De Esoterische Traditie, G. De Purucker.
• Ilias en Odyssee, Homerus.
• Persoonlijk denk – en meditatiewerk.

Geen opmerkingen: